Aan de slag

Als je de app voor het eerst start, begeleidt de app je bij het volgende configuratieproces.

Stap 1 van 5

Meld je aan met je Accu-Chek-account of maak een nieuw account aan.

Voor meer informatie over je Accu-Chek-account, zie het hoofdstuk Accu-Chek-account.

Stap 2 van 5

De meeteenheden van glucosewaarden en voor koolhydraten zijn voorgeselecteerd door de app. De voorgeselecteerde meeteenheden zijn afhankelijk van het land, dat je bij het aanmaken van je account selecteert. Vraag je zorgverlener naar je meeteenheden voordat je ze in de app wijzigt.

Kies dezelfde meeteenheid als de meeteenheid, die je bloedglucosemeter gebruikt voor glucosewaarden. Je kunt uit de volgende mogelijkheden kiezen:

  • mg/dL
  • mmol/L

Selecteer de meeteenheid, die je gebruikt voor de bepaling van de hoeveelheid koolhydraten. Je kunt uit de volgende mogelijkheden kiezen:

  • g (gram)
  • BE (bread unit, 1 BE komt overeen met 12 g)
  • KE (koolhydraateenheid, 1 KE komt overeen met 10 g)
  • CC (carbohydrate choice, 1 CC komt overeen met 15 g)
 
OPMERKING

Je kunt de meeteenheden slechts eenmaal selecteren.

Als je per ongeluk de verkeerde meeteenheid hebt geselecteerd, moet je de app verwijderen en weer opnieuw installeren. Als je daarna de app weer start, kun je de meeteenheid opnieuw selecteren.

Tik op Volgende om door te gaan.

Stap 3 van 5

Voer de bovenste en onderste waarden van je streefwaardenbereik in. Deze waarden worden gebruikt voor grafieken en statistiek.

Het streefwaardenbereik is het bereik waarbinnen je glucosewaarden zouden moeten liggen. In de grafieken van deze app wordt het streefwaardenbereik weergegeven als een groen vlak.

Het streefwaardenbereik kan voor iedere individu verschillen. Bespreek de instellingen van je individuele streefwaardenbereik met je zorgverlener.

 
OPMERKING

Waarden van het streefwaardenbereik activeren geen alarmen of meldingen.

Waarden van het standaard streefwaardenbereik

Bovenste streefwaarde

Onderste streefwaarde

180 mg/dL of 10,0 mmol/L

70 mg/dL of 3,9 mmol/L

Tik op Volgende om door te gaan.

Stap 4 van 5

Voer je grenswaarden voor een alarm bij zeer hoge glucosespiegel en een alarm bij lage glucosespiegel in. De app kan je waarschuwen, als je glucosewaarden te hoog of te laag worden. Alle glucosealarmen zijn standaard actief, maar je kunt ze uitschakelen in het Menu van de app.

Standaardglucosealarmen

Alarm bij zeer hoge glucosespiegel

Alarm bij lage glucosespiegel

250 mg/dL of 13,9 mmol/L

70 mg/dL of 3,9 mmol/L

Voor je eigen veiligheid kan de grenswaarde van zeer lage glucosespiegel niet worden bewerkt. De grenswaarde van zeer lage glucosespiegel is 54 mg/dL of 3,0 mmol/L.

Tik op Volgende om verder te gaan.

Stap 5 van 5

Alle glucosealarmen zijn standaard actief, maar je kunt ze uitschakelen in het Menu van de app. Om er zeker van te zijn dat je glucosewaarden en meldingen ontvangt, moet je vertrouwd zijn met de werking van je mobiele apparaat en regelmatig de instellingen ervan controleren:

  • CGM-app is geactiveerd.
  • App-meldingen staan AAN.
  • Energiebesparende modi staan UIT.
  • Volume staat op hard.
  • Belsignaal staat AAN.
  • Niet storen of Focus staat UIT.
  • Vliegtuigmodus staat UIT.
  • Bluetooth service staat AAN.
  • Je mobiele apparaat is bij je in de buurt.

Voor meer informatie over het correct configureren van je mobiele apparaat, zie het hoofdstuk Configureren van je mobiele apparaat.

Tik op Ik begrijp het om verder te gaan.

iOS-apparaten

Als je een iOS-apparaat gebruikt, zal je worden gevraagd of de app meldingen af mag geven. Als de app geen meldingen af mag geven, zullen alle meldingen en alarmen van de app worden geblokkeerd.

  1. Tik op Toestaan.

Je zult worden gevraagd of de app Kritieke meldingen mag afgeven. De functie Kritieke meldingen heeft invloed op de alarmen, als je belsignaal is uitgeschakeld. Als de app geen Kritieke meldingen af mag geven, zullen alle meldingen en alarmen van de app worden gedempt, als je Niet storen of Focus op je mobiele apparaat inschakelt.

  1. Tik op Volgende.
  2. Tik op Toestaan.

Je kunt deze instellingen later wijzigen als dit nodig is. Meer informatie hierover vind je in het hoofdstuk Configureren van je mobiele apparaat.

Androidapparaten

Als je een Android-apparaat gebruikt, zal je mogelijk worden gevraagd of de app je meldingen mag sturen. Als de app je geen meldingen mag sturen, kun je Niet Storen niet onderbreken.

  1. Tik op Toestaan.

Je zult worden gevraagd of de app op de achtergrond mag draaien. Als de app niet op de achtergrond actief mag zijn, kun je geen glucosewaarden, meldingen of alarmen ontvangen.

  1. Tik op Toestaan.

Je zult worden gevraagd of de app Niet storen mag onderbreken. Als de app Niet storen niet mag onderbreken, zullen alle meldingen en alarmen van de app worden gedempt, als je Niet storen op je mobiele apparaat inschakelt.

  1. Tik op Volgende.
  2. Schakel Onderbreken van Niet storen in.

Deze instelling kan variëren, afhankelijk van de OS-versie en de fabrikant van je mobiele apparaat. Raadpleeg de gebruikershandleiding van je mobiele apparaat voor meer informatie.

Je kunt deze instellingen later wijzigen als dit nodig is. Meer informatie hierover vind je in het hoofdstuk Configureren van je mobiele apparaat.